Fysiotherapie

Jonge fysiotherapeut kiest bewust voor gezondheidscentrum

Jeroen van Zanten kiest als jonge fysiotherapeut bewust voor het werken in een gezondheidscentrum. Hij werkte ook in een particuliere eerstelijnspraktijk in Amsterdam, maar daar was – merkte hij – de ‘mindset’ toch anders. Meer ‘omzetgedreven’. ‘Alle collega’s hier zijn in loondienst en hebben één doel voor ogen: patiënten in zo weinig mogelijk behandelingen zo snel mogelijk van hun klachten afhelpen.’

Jeroen zag het om zich heen gebeuren: patiënten werden doorbehandeld zolang de verzekering de behandeling vergoedde. Ook als ze die behandeling niet écht meer nodig hadden. Jeroen: ‘Als je salaris samenhangt met de omzet die je draait, is de neiging groter om door te behandelen. Wij hebben hier geen financiële prikkel om patiënten langer bij ons te houden dan nodig is. Voor patiënten is dat fijn, zij kunnen sneller weer op eigen kracht verder. Bovendien houden we zo de gezondheidszorg betaalbaar. Ook dat is een verantwoordelijkheid die we samen hebben.’

Trots op snel resultaat

Dit is ook terug te zien in de cijfers. Het gemiddeld aantal fysiotherapiebehandelingen per patiënt ligt in WGC Huizen lager dan landelijk. ‘Dit betekent niet dat we minder goed behandelen, integendeel, alles is erop gericht mensen snel van hun klachten af te helpen. Hoe sneller mensen weer zonder ons verder kunnen, hoe beter. We zijn trots dat ons dit beter lukt dan veel andere praktijken in Nederland.’

Teamgeest

Er zijn andere redenen waarom Jeroen kiest voor WGC Huizen. In het gezondheidscentrum werken meerdere disciplines intensief samen. Als Jeroen een uitslag nodig heeft van een foto of een MRI-onderzoek, hoeft hij de huisarts maar even aan te schieten. Er gaat geen tijd verloren aan belletjes naar artsen die niet te bereiken zijn. ‘Ook dit maakt onze zorg efficiënt. En: we drinken samen koffie, er is veel onderling contact, een goede teamgeest. Ook patiënten voelen dat het contact onderling goed is. Voor mij is dit een ideale omgeving om in te werken. Hier staat de patiënt écht centraal.’