Apotheek

Apotheek zoekt oplossing als medicijn niet leverbaar is

In 2020 waren 1480 unieke geneesmiddelen tijdelijk of permanent niet leverbaar. Dat aantal stijgt nog steeds. Wereldwijd kan bijvoorbeeld de vraag naar een bepaald medicijn onverwachts groot zijn, de productie kan vertraagd zijn of een medicijn kan uit de handel zijn genomen. Voor de patiënt is dit vaak geen leuke boodschap.

‘Per week zijn onze medewerkers gemiddeld 17,5 uur bezig om leveringsproblemen op te lossen’, zegt apotheker Judith Strous. ‘Dat levert aan de balie vaak emotionele gesprekken op. Zeker als patiënten moeten worden ingesteld op een ander medicijn. Dit maakt het werk voor onze medewerkers niet altijd gemakkelijk.’

Waarom tekorten?

Grondstoffen voor medicijnen komen vaak uit Azië en China. Wereldwijd zijn er soms maar  enkele fabrieken waar die grondstoffen vandaan komen. Maar ja, wat als zo’n fabriek uitvalt?
De productie van medicijnen is veelal verplaatst naar lagelonenlanden. Dat is een politieke keuze. Het transport vanuit die landen is lang en kwetsbaar. Er hoeft maar een schip dwars te liggen in het Suezkanaal en de aanvoer stokt. Ook worden uit kostenoverwegingen de voorraden bij de fabrikant klein gehouden.

Achterin de rij

Judith: ‘Daar komt bij dat vergeleken met de landen om ons heen de geneesmiddelen in Nederland spotgoedkoop zijn. Ook zijn we maar een klein land, waardoor wij een relatief oninteressant afzetgebied zijn voor geneesmiddelfabrikanten. Als er tekorten zijn, staan we achteraan de rij. Een kleine 15% van de geneesmiddelen wordt elk jaar permanent uit de handel genomen omdat het voor de fabrikant niet meer rendabel is.’

Voor 99% alternatief

Als er een alternatief gezocht moet worden, kan de apotheker het medicijn zelf laten bereiden, uit het buitenland halen, een ander middel zoeken met dezelfde werkzame stof of een vergelijkbaar medicijn zoeken. Het is vaak een hele puzzel. Judith: ‘Ik ben daarom trots op onze medewerkers. Wij sturen niemand weg. In 99% van de gevallen lukt het ons een alternatief te vinden dat voldoet aan onze kwaliteitseisen en waar de patiënt uiteindelijk tevreden mee is.’

Apotheek móet voorkeursbeleid zorgverzekeraar volgen

De arts schrijft een geneesmiddel voor op stofnaam. Als er meerdere medicijnen met deze werkzame stof op de markt zijn, bepaalt de zorgverzekeraar van de patiënt welk medicijn vergoed wordt. Dit kan wisselen. De apotheek moet dit voorkeursbeleid van de zorgverzekeraars volgen. Patiënten aan de balie zijn hier niet altijd blij mee.

‘Mensen zijn soms bang dat het nieuwe merk niet zo goed werkt als het medicijn dat ze gewend zijn’, zegt apothekersassistent Stephanie Visser. ‘Of ze denken dat dit niet het medicijn is dat hun arts heeft voorgeschreven. Of ze raken in de war. Dan zijn ze bijvoorbeeld gewend om ’s ochtends twee witte en één roze pilletje te nemen, nu worden dat ineens één witte en twee roze.’

Geen keus

Stephanie vertelt dat zij geen keus heeft. Ze moet het medicijn meegeven dat de zorgverzekeraar aanwijst. Willen patiënten toch hun ‘eigen’ merk, dan moeten ze zelf betalen. Als de apotheek te vaak afwijkt van het beleid van de zorgverzekeraar dreigt een boete of tariefsverlaging. Dit zou verregaande consequenties kunnen hebben voor de apotheek als geheel, bijvoorbeeld ontslag van een medewerker. ‘We zeggen altijd: probeer het uit en laat het weten als er onverhoopt toch klachten optreden. Die klachten moeten dan wel aantoonbaar zijn. Als iemand bijvoorbeeld een allergische bijwerking krijgt, moet dit getest worden. Als we dan in overleg met de zorgverzekeraar bij uitzondering het oude medicijn weer mogen meegeven, noteren we dit in het dossier van de patiënt.’

Begrip

‘We helpen waar we kunnen en hopen op begrip’, besluit Stephanie. ‘Want laat duidelijk zijn: wij willen niets liever dan tevreden patiënten aan de balie.’